redekundig ontleden: de persoonsvorm, hoe vind je die?

Hoe vind je de persoonsvorm?

Om de persoonsvorm te vinden is het allereerst belangrijk dat je weet dat de persoonsvorm altijd een werkwoord is. De persoonsvorm kunnen we op twee manieren vinden:
Allereerst door een vraagzin te maken.
Of door de tijd van de zin te veranderen.
We beginnen met het maken van een vraagzin.
Als we een vraagzin maken dan moeten we zorgen dat er een werkwoord vooraan in de zin komt te staan. Bij de zin ‘De appel kleurt mooi rood.’ Wordt de vraagzin dus: ‘Kleurt de appel mooi rood?’ ‘kleurt’ staat nu vooraan in de zin en is dus de persoonsvorm.
Nog een voorbeeld:
‘De man is van de trap gevallen.’ Als we hier een vraagzin van maken, waarbij een werkwoord vooraan staat dan krijgen we de vraag: ‘Is de man van de trap gevallen?’ ‘is’ staat vooraan en is dus persoonsvorm.
Nu het veranderen van de tijd:
Hierbij moeten we de tijd van de zin veranderen, een zin die in de tegenwoordige tijd staat zetten we dus in de verleden tijd. Een zin die in de verleden tijd staat zetten we in de tegenwoordige tijd. Het werkwoord dat dan veranderd is de persoonsvorm.
De zin: ‘De appel kleurt rood.’ Wordt ‘De appel kleurde rood.’ Het woord kleurt verandert en is dus persoonsvorm.
Bij de zin: ‘De man is van de trap gevallen’ wordt het: ‘De man was van de trap gevallen.’ Het woord ‘is’ verandert in ‘was’ en is dus persoonsvorm.
Bedankt voor het kijken, ik hoop dat je er wat van opgestoken heb, en vergeet je niet te abonneren?
Groetjes!


Hoe Zoek Ik Een Werkwoord In Een Zin


Lees meer over Hoe zoek ik een werkwoord in een zin


Login

Don't have an account ? Sign Up

Register New Account

Already have an account ? Login

Reset Password

Already have an account ? Login